Rolf, Johnny

Voornaam: 
Johnny
Voorletters: 
J.J.
Achternaam: 
Rolf
Geboortejaar: 
1936
Geboorteplaats: 
Den Haag
Geboorteland: 
Nederland
Werkperiode: 
1957 - 2006
CV: 

Johnny Rolf is geboren op 30 september 1936 te Den Haag. Samen met haar levensgezel Jan de Rooden heeft zij voor het vak en ook uit nieuwsgierigheid vele delen van de wereld afgereisd en zich overal actief op de hoogte gesteld van de potterstradities ter plaatse. Deze invloeden zien wij overal terug in haar werk. Haar plastieken en potvormen worden gekarakteriseerd door het thema landschap en hebben een rijk kleurengamma. Vooral de reizen naar het Verre Oosten zijn voor haar een belangrijke inspiratiebron. De steengoedklei wordt met de hand opgebouwd (soms gedraaid), ingegrift met lijndecors, geglazuurd of vaak deels met engobes ingekleurd en in een electrische steengoedoven gebakken. Zie ook onder Jan de Rooden.

Deel tekst uit: Nederlandse keramiek 85, De Elleboogkerk - expositiebrochure, Amersfoort 1985.

www.johnnyrolfjanderooden.nl

Portret van Johnny uit 1971; portret uit 2002 (foto genomen door Jan de Rooden, juli 2002); foto van de wand in de expositiezaal van het Haagse Gemeentemuseum met ervoor haar echtgenoot Jan de Rooden, 22 november 2012 (foto Johnny Rolf); keramisch beeld "Vogels", 2004.

Werk: 

Het vehaal van Johnny Rolf: Als tiener al wilde ik het liefst met mijn handen werken.
Toen ik in 1955 als twintigjarige Jan de Rooden, aankomend pottenbakker, ontmoette was de keus snel gemaakt.
Wij zouden samen verder gaan en een keramiekatelier beginnen.

In 1957 startten we ons eerste kleine atelier.
Met klei werken werd een vreugde!
Dat ik klei, een verweringsproduct van gesteente, van rotsen, van bergen, weer terug kon brengen tot steen maar nu met mijn eigen vorm, kleur en lading heeft me altijd gefascineerd.
Ik leerde draaien en maakte eindeloos glazuurproeven.
De eerste stukken kwamen, gedraaid, de grotere handgevormd, met fraaie glanzende glazuren.
Beiden vonden we dat we als pottenbakker een brede basis moesten hebben en daarom verkenden we glazuren op lage en hoge temperatuur in een elektrische oven.

Al vroeg reisden we, liftend, naar Frankrijk en Spanje.
We speurden naar pottenbakkers en bewonderden collecties in musea.
Volkskeramiek zou een grote liefde worden. 

Een belangrijke gebeurtenis werd de tentoonstelling 6 Amsterdamse Pottenbakkers in 1962 in Museum Boijmans in Rotterdam. 
Het feit dat zo'n bijzonder museum  vertrouwen in ons jonge mensen had werd een enorme stimulans op ons economisch gezien toch vaak moeizame pad.

Dan (van af 1965) kwamen er naast bekervazen en schalen ook rechthoekige vormen met kleine tuitjes gedecoreerd met stoere penseelstreken.
De rechthoeken lopen naar onderen iets uit als wortelen ze in de aarde.
Dat geworteld zijn werd een kenmerk in mijn werk.
Als ik na jaren naar mijn werk kijk is het aards, vrij sober en vaak subtiel.

De rechthoekige vormen maakten dat ik in 1966 een belangrijke keramiekprijs won in Faenza. De Zweedse keramist/ontwerper/fabrieksdirecteur Stig Lindberg was lid van de jury. 
Ik schreef hem dat Jan en ik graag een tijdje in zijn fabriek zouden willen werken.
Zijn uitnodiging kwam per kerende post!

In Zweden maakte ik voor het eerst uit plakken steengoedklei opgebouwde beelden.
Ik voelde me helemaal vrij om een nieuw terrein te verkennen. Voor vrienden had ik wel eens een beeldje gemaakt van mens of dier maar nu werd het full-time.
Daarnaast werkte ik voor de productie van de kunstafdeling aan ontwerpen voor gedecoreerde tegels en bloemenstenen.
Het was mooi de winter in Gustavsberg door te brengen. Ik genoot intens van de rood-witte houten huizen in donker groen in de sneeuw die gelukkig niet altijd bemoste rotsblokken bedekte.

In 1967 kreeg ik een uitnodiging voor het IIe Internationale Keramiek Symposium
in Bechyne, toen nog Tsjecho-Slowakije.
Ik ging er door met mijn beelden. Ook hier was het bijzonder in de fraaie landelijke omgeving rond te gaan.
Opnieuw merkte ik  dat hoewel stadsmens ik intens genoot van het buiten zijn. Prachtig waren de witte boerenhoeven die, hoewel afwijkend van al het groen, toch vergroeid leken met de aarde.

In 1969 zijn we negen maanden in Amerika. Een uitgebreide work- and lecture tour langs universiteiten, art schools en art centers.
In het zomerreces werk ik aan de universiteit van Davis in Californië wat resulteerde in een hoogst succesvolle tentoonstelling.
Ik merkte dat ik het weer een plezierige en spannende uitdaging vond om met onbekende klei, materialen en ovens te werken in een maar beperkte tijd.

Het boek Silent Spring van Rachel Carson kwam in 1962 in Amerika uit, in Nederland in 1963. Het raakte ons.
Nog grotere impact op ons leven had De grenzen aan de groei uit 1972 van de Club van Rome.
Het besef toen al dat al zo veel verloren was gegaan door toedoen van ons mensen was een schok. Het is niet te geloven dat dit alles vergeten lijkt en we weer opnieuw moeten beginnen.

Werk
Ik maakte o.a. Monument voor een boom, een hoge trap met boven op het bordes een kaal boompje.
Ook dieren kwamen steeds meer voor in mijn werk: tijgers die bedreigd werden, de zee, vogels, hagedissen, honden, katten…
Dit speelde toen we in 1976 ons tweede atelier in Morra Fr. startten.
Het leven op het land paste ons.
Het ritme van het land, de moestuin, het was een nieuwe wereld.
We bouwden een zoutoven en een gasoven en nieuwe stooktechnieken brachten nieuw werk en nieuwe inzichten.

Na Morra (1984) volgden lange reizen in India. 
We zagen veel van dit intrigerende land met al zijn tegenstellingen. 
We verbleven maanden in Pondicherry waar ik werk maakte voor een tentoonstelling. Hier maakte ik mijn eerste maskers geïnspireerd door de wilde maar niet gevaarlijke honden die je overal in India tegen komt.
Andere dieren ook, de prachtige runderen, de apen, de vogels verschenen op mijn stukken en tekeningen.
Jan werkte onvermoeibaar aan het project Gestookte Leembouw dat Ray Meeker met hem wilde realiseren.

In 1992 volgde een verblijf op Bali en Lombok dat fascineerde en inspireerde. 
Mensen werden nu belangrijk.
Er kwamen tempelvormen, liefdesparen, sereen en innig, dansende vrouwen, vissers en grote families op één stuk dat ik Bali noemde.
Vaak kwam op een stuk een vogel voor, als boodschapper of als symbool van vrijheid.
Of een hond, symbool van trouw.
Huizen ook die vergroeid lijken met de aarde waaruit ze zijn opgetrokken zoals ik ze elders zo vaak had gezien.
Soms was een gedicht de inspiratie, of een nieuwsitem, maar vaak ook een herinnering.

In 1995 maakte ik een reis naar Madagaskar, een heel arm land.
Het was merkwaardig en ontroerend te zien hoe ondanks hun vaak povere bestaan mensen alles ervoor over hadden om een graf op te richten voor de  geliefde doden.

Zo nu en dan kwam in mijn werk een abstracte periode, een rustperiode als het ware.
Dan fascineren mij geometrische patronen in al hun variaties in het besef dat zoveel mensen uit allerlei culturen op dezelfde wijze werkten en eendere motieven vonden.
Ik heb vele jaren getekend, monoprints en gouaches gemaakt en vooral na India kwamen er veel gouaches die aansluiten bij het keramisch werk.
Ik heb ze geëxposeerd, soms met mijn keramisch werk, soms met dat van Jan, in musea, galeries en thuis bij de ateliertentoonstellingen die wij een keer per twee of drie jaar organiseerden.

In 2006 hebben Jan en ik onze ateliers in het Koetshuis waar we woonden en werkten sinds 1987 beëindigd met pijn in het hart.
Al die jaren werken met klei maakte mij een  gelukkig mens. 

Johnny Rolf  december 2022

Monografie: Johnny Rolf, haar keramiek haar gouaches, 1996

Bibliografie: 
  • Dippel, R.M., 'Kanttekeningen bij de Nederlandse pottenbakkerskunst van vandaag', in: Museum Journaal, serie 9, nr. 2, 1963.
  • Achterbergh, J.W.N. van, Inleiding tot het werk van Johnny Rolf en haar man Jan de Rooden, in: Mededelingenblad Vrienden van de Nederlandse Ceramiek, nr, 1963.  
  • Houtzager, Dr. M. Elisabeth, Nederlandse Ceramiek 1945-1970, Centraal Museum.
  • Bestandscatalogus Nederlandse na-oorlogse keramiek, RBK 1995.
  • Neeve, B.R.M. de, Neue Formen der Keramik aus den Niederlanden, Ausstellungkatalog Hessisches Landesmuseum Darmstadt, 1967.
  • Nederlandse keramiek '85 De Elleboogkerk - expositiebrochure, Amersfoort 1985.
  • Köster, Caroline, Benedikt und Gabriele, Keramik aus Kösters Kunstkammer, 1999, p. 118.
  • Eliëns, Titus M., Johnny Rolf en Jan de Rooden, Een keramisch verhaal 1957-2006 in: Vormen uit Vuur, nr. 219, 2012.
  • Thormann, Olaf, Gefäss / Skulptur - Vessel / Sculpture; Keramik / Ceramics seit / since 1946 Grassi Museum für Angewandte Kunst Leipzig, 2013.