Capriolus
Petronella / Nelly / Nel Houtman
- Living period
- 1905 - 2000
- Place of birth
- Hilversum
- Working period
- 1923 - 1985
- Nationality
- NL
CV
Nel Houtman wordt geboren op 1 juli 1905 te Hilversum. Al vroeg (in 1921/1922) is zij al leerlinge bij P. Hobbel en M. Hobbel-van Harten te Laren. Vanaf 1923 zelfstandig keramiste te Hilversum. Atelier aan de Oude Loswal 20 (nog in 1930?), maar er wordt ook over Vaartweg 149 gesproken. Bij de glazuurbrand wordt er 16 uur gestookt met turf en hout tot ca.1150 graden. Van Hobbel leert zij dat aardewerk “stevig moet staan”. Deze oude pottenbakkersopvatting, die ook Lanooij en Nienhuis aanhangen, deelt zij later beslist niet meer. Van Hobbel lijkt zij ook een voorliefde voor stille, effen glazuren, in het bijzonder wit en beige, en voor een hooggebakken scherf, te hebben geërfd. In Hilversum experimenteert zij al met zoutglazuren. Zij signeert aanvankelijk met Nelly H. Een enkele keer wordt een stuk gedateerd. 1932 Huwelijk met H.M. (Hens) van der Spoel (Kampen 1904 - Amsterdam 1987), kunstschilder. Zij vestigen zich dat jaar aan de Zelleweg te Goes. Hier wordt de oudste zoon geboren. Niet lang daarna verhuizing naar De Groe onder Kloetinge. Hier wordt hun zoon Laurens van der Spoel (1940) geboren. Deze wordt later ook een zeer begenadigd keramist. Nel stookt met een turfoven. Zij bakt hier hooggestookt steengoed. Zij signeert hier veelal met Nel H. Ca. 1956 gaat Hens van der Spoel lesgeven aan de lerarenopleiding (later Rietveldacademie) in Amsterdam. Hij wordt ook directeur van de opleiding. Hij woont aan de Zomerdijkstraat te Amsterdam. Nel is wegens ziekte ca. drie jaar uit de roulatie. In 1959 begint Nel in Amsterdam een atelier in een voormalig loodgieterbedrijf aan de Gerard Doustraat in de Pijp. Zij stookt hier een elektrische oven. Zij werkt met zelf samengestelde klei, het resultaat wordt veldspaataardewerk genoemd. Zij past graag leemglazuren ( waarvan het hoofdbestanddeel klei is) en witte tinglazuren (die zij ook wel kleurde) toe. Het bijzondere is dat zij heel handig is om alle mogelijke glazuren, dus leemglazuur, tinglazuur en asglazuur, te mengen. Zij doet dat gevoelsmatig. De resultaten zijn vaak zeer verrassend. Samen met haar zoon Laurens experimenteert zij met porselein. Zij pakt hier ook het zoutglazuur weer op. Zij woont aan de Zomerdijkstraat in Amsterdam, waar zij later ook haar atelier heeft. Eind jaren tachtig verhuizing naar een aanleunwoning in Leiden. Zij heeft daar nog een klein elektrisch oventje. Er is nauwelijks nog productie.
Exposities
- 1927, juli - atelierexpositie, Oude Loswal 20, Hilversum
- 1929, juni - atelierexpositie, Vaartweg 149, Hilversum
- 1930, 3-5 november - expositie op initiatief van Mevr. Lauweriks, C.T. Storkschool, Julianalaan, Utrecht
- 1931, maart - Kunstzaal van Lier, O.Z. Voorburgwal 241, Amsterdam
- 1934, december - Kunsthandel Fey, Middelburg
- 1966, december - Kunsthandel M.L. de Boer, Keizersgracht 542, Amsterdam
- 1977 Het Kapelhuis in Flehite – met steengoed in tinglazuur, 1220 graden
- 1983, november - “De Magie in het pottenbakken” (138 objecten), Het Kapelhuis, Amersfoort
- 1993 - Galerie “De Hoekweide” te Wolphaartsdijk (Zld.)
Werk
In veel Nederlandse museale en particuliere keramiekcollecties.
Literatuur
- Uit een interview in Het Blijde Thuis van 1930: “als het zoo hoog gestookt wordt, wordt de kwaliteit veel beter. Maar het is ook wel veel moeilijker. Dan moet de klei niet zoo vet zijn, maar veel schraler en daardoor is ze niet zoo prettig te draaien: ze is veel minder plastisch en vormt niet zoo. Natuurlijk gebruik je dan ook andere glazuur en nu is de moeilijkheid, het zoo te krijgen, dat de pot en het glazuur als het ware gelijk opwerken. Als de pot sneller of langzamer krimpt dan de glazuur, komen er kleine kraakjes in het glazuur en dat is niet, wat het wezen moet.” Tijdschrift Het Blijde Thuis, 1e jaargang, no.8, mei 1930, Gorinchem 1930
- Commentaar uit 1983 van Anco Mali: “Haar architektonische opgebouwde hoofdvormen zijn royaal bemeten, meestal bestaande uit diverse delen, die een zelfstandige funktie uitoefenen en individueel zichtbaar blijven. Zij zet haar schalen en potten vaak op een voet, of brengt er kleine pootjes onder aan, voorziet een vaas van kleine duidelijk aangezette oortjes.”
- Commentaar uit 1883 van Mieke G. Spruit-Ledeboer: “Nel Houtman verwerkt invloeden uit de monochrome keramiek van het Verre en Nabije Oosten tot een eigen stijl, voornaam en nobel, soms van een sereniteit en verstilling, die zo kenmerkend zijn voor de keramiek van de Chinese Sung-dynastie (960-1279), haar grote voorbeeld.”
- MNVVC nr. 111, 1983/3 p.6
- Singelenberg-Van der Meer, M., Nederlandse keramiek- en glasmerken 1880-1940, 2001
- Interview door Capriolus Collectable Ceramics met Laurens van der Spoel en Yvonne Schwencke op maandag 10 januari 2005. Met grote dank!