Capriolus
Leen Quist
- Year of birth
- 1942
- Place of birth
- St. Philipsland (Tholen)
- Working period
- 1975
- Nationality
- NL
CV
1942 Geboren in St. Philipsland (Tholen). Van 1964 tot 1972 is hij onderwijzer. Volgt de opleiding voor docent handvaardigheid van 1967 tot 1972. Vanaf 1972 Leraar voor toegepaste kunst en kunstgeschiedenis aan de Middelburgse Scholengemeenschap 'Nehalennia'. Eigen atelier in Middelburg. 1977 eerste tentoonstelling. Van 1977 tot 1978 volgt hij een stage bij de Deense keramiste Clara Andersen (1944) in Arhus (DK). Hier vindt hij de aanzet voor zijn manier van werken, vooral in technisch opzicht. De decoratie wordt bijvoorbeeld niet opgebracht door middel van ringeloren. Quist krast de lijnen in de leerharde klei uit en vult deze op met een engobe. Daarna wordt het geheel geglazuurd. Het resultaat laat strakke lijnen zien, dat zeer goed past in de abstracte opvattingen van de kunstenaar. Sinds 1982 Lid van de Académie Internationale de la Céramique in Geneve. Atelier in Middelburg.
Werk
Zijn oeuvre, aanvankelijk wit aardewerk, maar sinds 1979, in smetteloos wit porselein, bestaat uit kommen, schalen, bol-, lens- en cilindervormige dozen en zijn met een geometrische veelal kobaltblauwe intarsia-techniek ingelegd. Soms is een blauwe sliblaag in combinatie met ingelegde lijnen aangebracht die het voorwerp geheel of gedeeltelijk bedekt. Vanaf 1990 wordt het werk kleurrijker. Brede banden (sliblagen) in geel, hemelsblauw, pistache en roze-rood geven zijn werk een vrolijk en minder streng karakter. Naast het vaste vormrepertoire ontwikkelt Quist een kegelvorm, die hij zowel bij dekselpotten als bij een eigentijdse monumentale tulpenvaas toepast. Tekst overgenomen van de site www.viergemeten.nl
De lineaire decoraties, die veelal als quasi vlechtwerk of als banden de vormen omsluiten, komen in allerlei varianten voor en versterken de vorm. De kwaliteit van het werk ligt besloten in de sterke eenheid van vorm en decor. Tussen 1977 en 1978 werkt hij kort met aardewerk, vanaf 1979 met porselein.
Datering
Vanaf 1981 heeft Leen Quist zijn werk genummerd. Aan de hand van deze nummering is het werk te dateren (aantal.jaar), 1001.1981, 1084.1982, 1200.1983, 1328.1984, 1460.1985, 1510.1986, 1576.1987, 1632.1988, 1716.1989, 1803.1990, 1865.1991, 1924.1992. Na 1992 is er geen opgave.
Foto uit ca. 1980 in: De hedendaagse gebruikskeramiek in Nederland. Foto van verloren gegaan werk die het ingekraste decor voor het bakproces toont.
Literatuur
- Bestandscatalogus Nederlandse na-oorloge keramiek, RBK 1995.
- Spruit-Ledeboer, Mieke G. - Nederlandse Keramiek 1975 / 1985, p. 152.
- Köster, Caroline, Benedikt und Gabriele, Keramik aus Kösters Kunstkammer, 1999, p. 113.
- Spruit-Ledeboer, Mieke en Maarten van Thiel, De hedendaagse gebruikskeramiek in Nederland, 1981.
- Duits, T.G. te, De Noordelijke traditie, Leen Quist, keramiek & De keramiekcollectie Kosyter en Quist, catalogus bij de expositie in Museum Boymans-van Beuningen Rotterdam, 1993.
- Bodt, Saskia de, 'Quist maakt keramiek met strenge vormgeving', in: NRC, 1982.