Capriolus

Jaap Dommisse

Living period
1929 - 1984
Place of birth
Herwijnen
Working period
1959 - 1980
Nationality
NL

Geboren te Herwijnen op 8 september 1929 als vierde kind in een huisartsengezin met vijf kinderen. Volgt Akademie voor beeldende kunst en kunstnijverheid te Arnhem. Volgde daarna de vakschool voor edelsmid (ciseleur) bij het Genootschap Kunstoefening te Schoonhoven. Door zijn lichamelijke afwijking (achondroplasie) kiest hij in 1953 voor het pottenbakkersvak en komt in de leer bij Jan van Stolk boven de Oost-Indische winkel in Nijmegen. Na korte tijd verhuist Jan van Stolk naar de Cronjéweg in Oosterbeek. Dommisse volgt hem. Als leerling en in latere jaren werken zij samen. 1959 Begint als zelfstandig pottenbakker / keramisch kunstenaar. Woont en werkt Utrechtseweg 175, Oosterbeek. Hij is erg muzikaal (piano) en geniet van vooral klassieke muziek, zoals van Mahler. Doet mee aan kunstmarkten in onder andere Eindhoven en Nijmegen. Want het is telkens op en neer in de verkoop. En altijd sappelen. Op de grens van armoede. Op een zeker moment gaat hij om gezondheidsredenen (COPD) verhuizen naar Vlissingen. Zijn bedrijf heet hier ‘Potterie JAAP’ en is gevestigd St. Jacobsstraat 33 te Vlissingen. Op het adreskaartje staat aan de achterzijde: Potterie Jaap, Jaap Dommisse, ’n miniwinkeltje in ’n ministraatje. Hoewel zijn vader uit Zeeland afkomstig is (Hugonoten afkomst), komt hij toch na enkele jaren weer terug in Oosterbeek. De artsen verbieden hem nog langer het ongezonde vak van pottenbakker uit te oefenen. De gemeente Oosterbeek ontfermt zich over hem. Er is een flatje beschikbaar en hij krijgt verder financiële steun. De gezondheid gaat steeds verder achteruit en wordt opgenomen in het St. Elisabeth Ziekenhuis te Arnhem. De volgende dag - op 16 september 1984 – overlijdt hij hier. Er is geen graf.

Werk

Unica vazen, schotels, servieswerk, bloempotten, wandplastieken, beelden – onder andere ‘De Wachter’ (aangekocht door de gemeente Oosterbeek, huidige verblijfplaats onbekend) - in Cobraïstische decors. Ook maakte hij zogenaamde ‘Opland’ figuurtjes. Het werk is veelal gedraaid van zwartbakkende mangaanklei, die bij 1180-1190 graden dichtsintert. Glazuur en decoraties brengt Jaap Dommisse op de rauwe klei aan: alles gaat maar één keer in de oven. De huid kan glad zijn met daarop ruwe (met zilverzand) glazuur decors of de gehele huid is ruw. De allergrootste vreugde die hij aan het pottenbakken beleeft is ‘ze vol te kalken’ met de voor Dommisse zo herkenbare kop/romp figuren en vissen. De kleuren zijn blauw, zwart, zilvergrijs, turquoise, geel, roest. De kleuren hebben ieder een glazuurnummer die op de voet zijn ingekrast naast zijn naam. De muurreliëfs en plastieken worden geboetseerd met chamotteklei. In het vroege werk zien wij de invloed van Jan van Stolk. Met de guts ingesneden in een twee-kleurige laag alsof het een linosnede betreft. Er komen ook werken voor, door beide kunstenaars gesigneerd. Deze stukken zijn dan vóór 1959 te dateren.

Opdrachten

Wandreliefs ABN / AMRO bank te Heerenveen en Krimpen Werk in: Gemeentemuseum Arnhem, Centraal Museum Utrecht Literatuur: Scheppend Ambacht, februari 1964 1959 Pottenkijker 1969, Ceramische Hoogtepunten Nederland, Museum Boymans van Beuningen, Rotterdam 1969

Signatuur

Foto's

  1. Zwart-wit achter schopschijf Oosterbeek, jaren 1960s / 1970s.
  2. Nieuw werk in: COSA, februari 1964.

Interview met Mw. Maaike Dommisse, zus van Jaap, op 24.01.2008

Literatuur                                                                

 

Objecten